Echte parel

Echte parels zijn zonder menselijke bijdrage absoluut natuurlijk ontstaan. Als toevallig een ander deeltje in de schelp binnen dringt, beschermt de schelp zich hier zelf tegen. Dat is het begin van de parel.

Aan de binnenkant van de buitenschaal bevindt zich in de zogenaamde mantel van de schelp het weefsel dat in staat is parelmoer te produceren, het epitheelweefsel. Aan de binnengedrongen deeltjes blijven epitheelcellen, die hechten zich om de deeltjes die parellagen opbouwen. Parels bestaan uit hele kleine calciumcarbon lagen de mineralen Chalzit en Aragoniet. De enkele Chalzit en Aragonietplaatjes hebben een doorsnee van 0.5 micron, dus een 5/1000e millimeter. Deze lagenstructuur herkent men onder een elektronenmicroscoop als muurachtige opbouw. Elk plaatje is aan de gelegd.

Conchyn (Latijn = schelp, slak), een hoornachtige organische substantie is het bindmiddel tussen de enkele mineraalplaatjes. Bij de geringe schaaldikte van de Chalzit en Aragonietplaatjes duurt het jaren tot een grotere parel gegroeid is.

Als alleen het begrip parel, zonder de toevoeging ďgekweekteĒ genoemd wordt, zou het zich volgens de regels om een echte parel moeten handelen andere begrippen, die de echtheid onderstrepen, zijn natuurlijke parel of oriŽntparel. Vroeger mocht men een parel alleen als oriŽntparel aanduiden als die uit de Perzische Golf kwamen, een van de bekendste vindplaatsen van echte parels. Vandaag de dag zijn echte parels zo zeldzaam dat het begrip parel ook voor gekweekte parel gebruikt wordt, zonder het begrip gekweekt te noemen.

  Sitemap